Molen Hermien
De molen Hermien staat op een terrein, dat deel uitmaakte van de goederen onder kasteel Harreveld. Dit was in de 18e eeuw in bezit van Johanna Magdalena Catharina Judith baronesse van Dorth, die in 1799 wegens haar Orangistische activiteiten door de patriotten werd geëxecuteerd. Haar bezittingen kwamen bij gerechtelijke verkoop in handen van J.J.S. van Raesfelt, geneesheer in Bocholt. Deze liet in 1819 de molen bouwen. Zijn kleindochter Bernardine de Both schonk in 1900 haar bezittingen, incl. de molen, bij testament aan de R.K. parochie te Harreveld. In 1926 werd de molen verkocht aan G.J. Wolterink, in 1894 reeds molenaar. Van 1937 tot 1951 was de molen in handen van zijn weduwe A.J. Wolterink-Hogenkamp en van 1951 tot 1974 van haar zoon J.J. Wolterink. Vanaf 1936 (met een onderbreking tussen 1940-1945) werd er tot 1967 elektrisch gemalen. De molen werd in 1967 geheel gerestaureerd. Door een asbreuk in 1981 werd het wiekenkruis vernield en was een nieuwe restauratie nodig. Bij deze gelegenheid is er wel iets veranderd: de borden zijn verbreed en de hekken versmald. Dan kon er eerder zonder zeil worden gedraaid en zou het risico kleiner worden, was de redenering. Ter demonstratie wordt er veevoer gemalen.




